Home Nieuws Mythologie Mysterie Fantasie  
Mythen
 
 
   
Terug
   
   
De Twaalf Werken van Heracles

Het Eerste Werk: De Leeuw van Nemea

Heracles moest boete doen bij Koning Eurystheus, die hem twaalf schijnbaar onmogelijke opdrachten gaf. Zijn eerste opdracht was het vermoorden van de leeuw die bekend stond als de Leeuw van Nemea.

De stad Nemea lag tussen Argos en Korinthe in. Haar omgeving werd geterroriseerd door een leeuw. Maar dit was geen gewone leeuw! Deze leeuw had een vacht dat zo taai was dat geen enkel wapen van metaal, steen of hout het dier kon verwonden. Er zijn twee versies over hoe Heracles de machtige leeuw uiteindelijk wist te vermoorden. De ene versie vertelt dat Heracles het dier verdoofde met een knots en het daarna wurgde. De andere versie vertelt dat Heracles het dier in een worsteling met zijn blote handen wist te wurgen. Beider versies komen er op neer dat de leeuw wel kon worden gedood door een wapen van vlees en bloed. Nadat Heracles het dier had vermoord bracht hij het naar Mycene, waar hij met het kadaver Eurystheus de stuipen op het lijf joeg. In vervolg mocht hij de stad niet meer betreden, maar moest hij voor haar poorten wachten op Eurystheus orders. Terwijl Eurystheus voor zijn veiligheid een bronzen kruik liet smeden, vilde Heracles de leeuw. Voortaan droeg hij de onkwetsbare vacht als een harnas, met de kop als een helm. Op afbeeldingen draagt Heracles vaak dit harnas.


Het Tweede Werk: De Hydra van Lerna

Lerna was een moeras dat dicht bij Argos op de Peloponnesus lag. In dit moeras huisde een waterslang met wel negen koppen, volgens sommigen zelfs nog veel meer. De Hydra was uiterst giftig, alleen zijn adem was al dodelijk! Heracles tweede opdracht was het doden van dit monster.

Met de hulp van de Godin Athena vond Heracles de schuilplaats van de Hydra. Direct ging hij hem woest te lijf. Maar elke keer als hij een van zijn koppen afhakte, groeiden uit de wond onmiddellijk twee of zelfs drie nieuwe koppen. Ondertussen werd hij ook nog aangevallen door een reusachtige krab of kreeft, die door Hera was gestuurd om de Hydra te helpen. Heracles, nu in het nauw gedreven, riep de hulp in van zijn neef Iolaos, die hem naar Lerna had gebracht als zijn wagenmenner. Heracles trapte de kreef dood, terwijl Iolaos enkele bomen in de brand stak. Elke keer als Heracles een kop van de Hydra afhakte, schroeide Iolaos de wond dicht met brandende takken en stammen, zodat er geen nieuwe koppen meer konden aangroeien. Uiteindelijk stief de Hydra. Voordat ze uit het moeras vertrokken, doopte Heracles zijn pijlen in het giftige bloed van de dode Hydra. Voortaan zouden deze pijlen uiterst pijnlijke en vooral dodelijke verwondingen veroorzaken. De Hydra en de reusachtige kreeft die hem te hulp was geschoten werden door Athena aan de hemel gezet als de sterrenbeelden Kreeft en Waterslang.

Omdat Iolaos Heracles te hulp was geschoten, weigerde Eurystheus deze opdracht mee te tellen bij de boete die Heracles moest doen. Sommige bronnen beweren dat Heracles oorspronkelijk tien opdrachten moest voltooien, maar Eurystheus gaf hem twee extra opdrachten onder het mom van verzuim.


Het Derde Werk: De Opdracht van Artemis

De derde opdracht voor Heracles was er eentje waarbij Heracles niets had aan zijn ongelooflijke kracht. Hij moest de aan de Godin Artemis gewijde Hinde vangen en naar Mycene brengen, levend!

Het prachtige dier had een gouden gewei en bronzen poten. Ooit was het aan Artemis zelf ontsnapt en het had zich gevestigd in de buurt van de Cerynesche Heuvel in het noorden van de Peloponnesus. Heracles achtervolgde de hinde van Arcadi tot aan Istria, het schiereiland in het uiterste noorden van de Adriatische Zee, voor een heel jaar lang. Uiteindelijk wist hij het dier, zonder het ook maar een haar te krenken, te vangen en droeg hij het op zijn schouders naar Mycene.

Artemis nam hem het vangen van haar Heilige Dier kwalijk, waarop Heracles uitlegde dat hij het in opdracht van Koning Eurystheus had gedaan, waarna Artemis hem vergaf.


Het Vierde Werk: Het Everzwijn van Erymanthus

Opnieuw kreeg Heracles van Eurystheus de opdracht om een dier levend te vangen en naar Mycene te brengen, waar Eurystheus op hem zou wachten. Deze keer moest Heracles een everzwijn vangen. En wel het schrikwekkende en woeste dier dat de streek rond de berg Erymanthus, in het noorden van Arcadië, onveilig maakte.

Onderweg naar Erymanthus ontmoette Heracles de centaur Pholus. De centaur was erg gastvrij en schonk Heracles wijn uit een kruik die de God Dionysus aan de cantauren had gegeven. De andere centauren waren hier niet blij mee en een gevecht ontstond. Tijdens dit gevecht vielen er diverse slachtoffers aan de kant van de centauren door toedoen van Heracles' giftige pijlen (die hij had gemaakt toen hij de Hydra van Lerna had gedood). Tijdens dit chaotische gevecht kwam de oude en wijze centaur Chiron per ongeluk in aanraking met Heracles' giftige pijlen. Gelukkig was Chiron onstervelijk, maar tot spijt en verdriet van Heracles leed de wijze centaur ondragelijke pijnen. Hierdoor zou hij later zijn onsterfelijkheid ook schenken aan Promentheus.

Eenmaal in Erymanthus aangekomen wist Heracles het geduchte everzwijn aan de ketting te leggen door het een sneeuwbank in te jagen en zijn poten vast te binden. Heracles leverde het dier in Mycene af en toen Eurystheus het angstaanjagende dier zag, verstopte hij zich in een speciaal gesmede bronzen kruik (die hij had laten smeden toen Heracles hem de stuipen op het lijf joeg met het kadaver van de Leeuw van Nemea).

Nadat hij deze opdracht had voltooid voegde Heracles zich bij Jason en de Argonauten die op zoek waren naar het Gulden Vlies in het verre Colchis. Waarschijnlijk speelde Heracles verder geen grote rol in deze expediditie en keerde hij nog terug voor het schip de Argo het land Colchis bereikte.


Het Vijfde Werk: De Stallen van Augias

Er zijn twee versies van de Twaalf Werken van Heracles als het gaat om volgorde. De ene versie zegt dat het Vijfde Werk de Stallen van Augias is en de andere versie zegt dat het Vijfde Werk de Vogels van Stymphalus is. Voor het Zesde Werk geldt dat dan andersom. Ik houd aan dat het Vijfde Werk de Stallen van Augias is.

Augias was de koning van Elis op de Peloponnesus. Hij was een zoon van de Zonnegod Helios. Augias was beroemd vanwege zijn veestapel dat groter en fraaier was dan dat van wie dan ook. Alleen werden de stallen al geen jaren meer schoongemaakt en alle mest had zich opgehoopt. De stank was zo groot dat het een verpestende uitwerking had in vele delen van de Peloponnesus. Eurystheus gaf Heracles de opdracht om het mestprobleem op te lossen, maar dat allemaal binnen één dag. Omdat het zo'n smerige en vernederende klus was vroeg Heracles bij Augias om een tiende van diens veestapel als vergoeding voor het werk. Augias stemde hiermee in en Heracles ging aan het werk. Hij had geen zin om met emmers heen en weer te lopen, dus besloot hij over te gaan tot drastische maatregelen. Hij maakte gaten in de muren van de stallen en leidde de rivieren Alpheüs en Peneüs zo om dat ze door de stallen spoelden. De stroming van de rivieren nam alle rommel mee en het probleem was opgelost. Toen de stallen weer schoon waren en Heracles aan Augias vroeg om zijn verdiende loon, weigerde Augias dit en gebruikte als smoes dat Heracles het in opdracht van Eurystheus had gedaan. En Eurystheus wilde deze smerige klus niet erkennen als een correct uitgevoerde opdracht, want, beweerde hij, Heracles was in loondienst bij Augias.

Natuurlijk vergeet Heracles zo'n onrechtvaardige situatie niet en Augias moest boeten voor zijn gemene streek.


Het Zesde Werk: De Vogels van Stymphalus

Er zijn twee versies van de Twaalf Werken van Heracles als het gaat om volgorde. De ene versie zegt dat het Vijfde Werk de Stallen van Augias is en de andere versie zegt dat het Vijfde Werk de Vogels van Stymphalus is. Voor het Zesde Werk geldt dat dan andersom. Ik houd aan dat het Zesde Werk de Vogels van Stymphalus is.

Nadat Heracles de Stallen van Augias op de Peloponnesus had schoongemaakt en de bewoners had verlost van de stank, verloste hij de bewoners van de Peloponnesus tevens van de gevaarlijke roofvogels die leefden aan de oevers van het Meer van Stymphalus in Arcadië. Volgens sommige bronnen bezaten deze vogels veren met metalen punten, waarmee ze de omwonenden beschoten, terwijl andere bronnen vertellen dat de vogels ijzeren snavels, klauwen en vleugels hadden, waarmee ze de bewoners teisterden. De mest van deze gevaarlijke vogels tastte de gewassen aan.

Heracles verjoeg de vogels met een door de God Hephaistos vervaardigde bronzen ratel die hem was geschonken door Athena. Een andere bron vertelt dat hij de vogels verjoeg door met bekkens te slaan. Hoe dan ook, een groot deel van de geschrokken opvliegende vogels werden door Heracles doodgeschoten met zijn pijlen.


Het Zevende Werk: De Stier van Kreta

Ditmaal werd Heracles door Eurystheus naar Kreta gestuurd, waar een woeste stier het eiland op stelten zette.

De stier was een prachtig dier. Zijn bestemming was eigenlijk een offer van koning Minos aan de God Poseidon, maar de koning kon het niet over zijn hart verkrijgen om dit dier te doden. Het dier was zo mooi dat de vrouw van koning Minos, Pasiphaë, er verliefd op werd. Ze had gemeenschap met de stier en raakte zwanger. Het resultaat hiervan is de bekende Minotaurus.

Heracles wist de stier te overmeesteren en bracht hem levend naar Mycene en Tiryns, waar hij het dier vrij liet. Later maakte de dolle stier de omgeving van Marathon onveilig, dat vlakbij Athene lag. Uiteindelijk werd het mooie dier vermoord door Theseus en aan Apollo geofferd.


Het Achtste Werk: De Merries van Diomedes

Koning Eurystheus gaf Heracles de opdracht om naar het verre Thracië te reizen en de merries van koning Diomedes te vangen.
Koning Diomedes had de vreemde gewoonte het vlees van zijn nietsvermoedende gasten aan zijn paarden te voeren. Op weg naar Thracië moest Heracles door Thessalië reizen. Hij besloot daar een vriend, namelijk koning Admetus van Pherae, te bezoeken.

Vrijwel meteen ontdekte hij dat zijn vriend in een moeilijke situatie zat. Vanwege het vergeten van een dankoffer, had Artemis hem tot de dood veroordeeld.
Apollo wist hem te redden, maar alleen als iemand anders bereid was om in zijn plaats te sterven. Admetus' vrouw Alcestis was daartoe bereid, maar Heracles moest hier niets van hebben en greep in. Hij worstelde Alcestis uit de doodsgreep van de God Thanatos.

Na het bezoek reisde Heracles door naar Thracië. Daar ving hij de merries en bracht ze aan boord van zijn schip. Toen koning Diomedes erachter kwam wat er was gebeurd, riep hij zijn mannen bij elkaar en zette de aanval in. Heracles versloeg de wrede koning en zijn mannen, waarna hij de wilde merries het vlees van hun voormalige eigenaar te eten gaf.
Het vlees had de dieren wat tammer gemaakt en nadat Heracles ze verder had getemd, bracht hij ze naar Mycene om ze vrij te laten.
Wilde dieren zouden later, op een plek niet ver van de berg Olympus, de prachtige merries verslinden.


Het Negende Werk: De Gordel van Hippolyte

De dochter van koning Eurystheus, Admete, verlangde van haar vader een bijzonder cadeau. Daarom stuurde Eurystheus Heracles om de gordel van Hippolyte te halen.
Hippolyte is de koningin van de Amazonen, een woest vrouwelijk krijgersvolk dat leeft in een gebied aan de noordkust van Klein-Azië.

Samen met onder andere Theseus en Telamom, reist Heracles per schip naar het noordoosten.
De reis verliep alleen niet zonder problemen. Onderweg belegerde Heracles onder andere de hoofdstad van het eiland Paros, want de plaatselijke vorst - een zoon van koning Minos van Kreta, had twee van zijn mannen laten doden.

Uiteindelijk kwam Heracles aan bij de Amazonen en ontmoette hij de koningin. De krijgshaftige Hippolyte verloor een groot deel van haar gevaarlijke houding toen ze de gespierde Heracles zag en ze was dan ook meteen bereid om hem haar gordel, die haar was geschonken door de Oorlogsgod Ares, te geven.

Het is bekend dat Hera en Heracles het niet goed met elkaar kunnen vinden en ook in dit geval liet Hera het niet na om het Heracles moeilijk te maken.
Ze nam de gedaante aan van een Amazone en hitste de licht ontvlambare en agressieve onderdanen van Hippolyte op tegen de held die zo'n grote doorn in haar oog was.

Toen Heracles werd aangevallen door de Amazonen, dacht hij dat hij was verraden door hun koningin. Hij vermoordde haar en stal haar gordel. Tevens nam hij haar wapens en doodde hij de aanvoersters van de vechtende horde vrouwelijke krijgers.

De terugweg was al net zo avontuurlijk als de rest van de reis.
Laomedon, de koning van Troje, had zijn hulp nodig in zijn gevecht tegen een zeemonster dat door Poseidon was gestuurd, nadat de koning had geweigerd Apollo en de Zeegod te betalen voor de bouw van de stadsmuur van Troje.
Gelukkig wist Heracles Hersione, de dochter van de onbetrouwbare koning, te redden en met behulp van de Godin Athena vernietigde hij het zeemonster.
Koning Laomedon had zijn lesje echter nog niet geleerd, want zelfs de redder van zijn dochter weigerde hij de beloofde paarden, die hem waren geschonken door Zeus, te geven.
Terug in Thracië, maakte Heracles een einde aan het leven van Sarpedon, de broer van de plaatselijke koning Poltys. Ook veroverde hij het eiland Thasos.

Toen de held eindelijk terugkeerde naar koning Eurystheus, legde de laatste Hippolytes gordel in de tempel van Hera te Argos.


Het Tiende Werk: De Runderen van Geryones

Deze keer stuurde koning Eurystheus Heracles nog verder van huis, namelijk naar het mythische eiland Erythea dat voorbij het Iberische schiereiland in het uiterste westen lag. Op dat eiland zouden de prachtige rode runderen van Geryones grazen.
Geryones was koning van Tartessus, een gebied dat in Spanje lag.
Sommigen beweren dat Geryones een afstammeling is van de gorgo Medusa, maar anderen menen dat hij een kind is van de titan Oceanus. Hoe dan ook, zijn uiterlijk was vreeswekkend. Hij was zo groot als een reus en hij had drie hoofden, drie bovenlijven en een zestal armen.
Zijn geliefde runderen werden bewaakt door de herder Eurytion en zijn tweekoppige hond Orthrus.

Onderweg naar Erythea, doodde Heracles vele verscheurde dieren. Ook richtte hij de Zuilen van Hercules op aan weerszijden van de Straat van Gibraltar. Hoewel volgens andere bronnen wordt gezegd dat hij de Straat van Gibraltar schiep toen hij met de kudde runderen huiswaarts keerde.

De reis was lang en de verzengende hitte van de zon deed niets om zijn humeur te koelen. Geprikkeld richtte Hercules dan ook de boog op de Zonnegod Helios, die hem toen zijn kelkvormige, gouden boot ter beschikking stelde.
Met de zonneboot stak Heracles de oceaan over en op het eiland sloeg hij snel de herder en zijn hond met de knots dood, waarna hij de runderen in de boot laadde.
Toen Geryones, gealameerd, de achtervolging inzette, moest hij dat bekopen met de dood toen een enele pijl afgeschoten door Heracles alledrie zijn lichamen doorboorde.
Een aantal lezingen zegt dat Hera Geryones te hulp schoot, maar dat het enige resultaat daarvan was dat ze gewond raakte aan haar rechterborst.

De terugreis was al net zo lang als de heenreis en ditmaal moest Heracles ook nog letten op de kudde runderen. Hij dreef de kudee vanuit Zuidwest-Spanje over het land door Gallië - dat later Frankrijk zou heten - en Italië, waar hij onder andere door de Liguriërs werd belaagd.
Zeus hielp hem door de Liguriërs te bekogelen met een regen van stenen, waardoor zij werden uitgeschakeld. Ook de driekoppige schaapherder Cacus, die woonde in een grot dichtbij de plaats waar in de toekomst de machtige stad Rome zou ontstaan, terroriseerde Heracles toen deze in zijn omgeving kwam. Hij stal 's nachts enkele van de mooiste runderen van de kudde, maar Heracles volgde hem naar zijn grot. Zonder moeite verwijderde de held het enorme rotsblok waarmee de grot was afgesloten en even moeiteloos sloeg hij de afschuwelijke Cacus dood.
De plaatselijke koning Evander onthaalde hem warm na deze daad en richtte samen met de held een aan Zeus gewijd altaar op, waarmee de grondslag voor Heracles' verering in Rome werd gelegd.
Terwijl hij verder reisde door Italië, stichtte Heracles onder andere de steden Pompeii en Herculaneum op. De twee steden hebben een belangrijke plek in de geschiedenis verworven toen ze in 79 na Christus zijn bedolven onder as en gesteente na een geweldige uitbarsting van de vulkaan Vesuvius.
Op Sicilië aangekomen, ging Heracles de strijd aan met de worstelaar en bokser Eryx, die een ontvluchte stier in zijn bezit had gekregen. In het tweekamp van drie ronden dat volgde, versloeg hij de vechtlustige man en benam hem het leven, waarna Heracles zijn reis vervolgde.
Alsof het allemaal nog niet genoeg was, besloot ook de reus Alcyoneus de held nog dwars te zitten, ergens ter hoogte van de Isthmus van Korinthe. Net als zijn voorgangers, dolf Alcyoneus het onderspit.

Vlakbij de Peloponnesus liet Hera zich weer zien en dreef ze met behulp van een horzel de kudde uit elkaar, maar Heracles liet zich niet uit het veld slaan en wist alle runderen bij de koning af te leveren.
In Mycene was Eurystheus verrast om te zien dat de held alles had doorstaan. De runderen offerde hij aan Hera.


Het Elfde Werk: De Appels van de Hesperiden

Sinds het begin van dit verhaal, zijn er acht jaren verstreken.
Zoals al eerder gezegd, waren het officieel tien werken die Heracles moest doen voor koning Eurystheus. Echter had de achterbakse man het doden van de Hydra en het reinigen van de stallen van Augias afgekeurd, omdat ze niet volgens zijn regels waren voltooid. Daarom werd Heracles er nogmaals uitgestuurd, wederom naar het uiterste westen van de wereld, ditmaal om Eurystheus de appels van de Hesperiden te brengen.
De Hesperiden - 'avondmeisjes' of 'dochters van de avond' - waren de dochters van de titan Atlas. Volgens de verhalen verbleef hij in het uiterste westen van de wereld, waar hij het hemelegewelf op zijn schouders droeg. Niet ver bij hem in de buurt zou de tuin liggen waar de Hersperiden, tezamen met de honderdkoppige draak Ladon de gouden appels bewaakten die de Aardegodin Gaia aan Hera had geschonken bij haar huwelijk.

Heracles wist niet waar de tuin precies lag en zwierf een lange tijd voordat hij het juiste spoor vond. Twee riviernimfen adviseerden hem om de zeegod en waarzegger Nereus op te zoeken en hem te raadplegen.
Dit was makkelijker gezegd dan gedaan, want Nereus kon allerlei gedaanten aannemen om aan een belager te ontkomen. Onder de druk van Heracles' bespierde armen, liet de Zeegod dan ook zijn hele repertoire aan gedaanteverwisselingen zien, tot hij uiteindelijk toegaf en de held de ligging van de tuin van de Hesperiden onthuldde.

De reis naar de tuin was vol avonturen. In de Kaukasus, bijvoorbeeld, bevrijdde Heracles de door Zeus gestrafte titan Prometheus, nadat hij de adelaar die de titan voortdurend het lever uitpikte had doodgeschoten.
Hij belandde in Lybië in een worsteling op leven en dood met de reus Antaeus, een zoon van de Godin Gaia.
Zodra Antaeus de aarde raakte, schonk zijn moeder hem nieuwe krachten, zodat Heracles hem hoog boven de grond moest tillen om hem uiteindelijk te kunnen wurgen met de dood als gevolg.
Tevens reisde Heracles door Egypte, waar hij kennis maakte met de farao Busiris en zijn verraderlijke gastvrijheid. Ten einde raad had deze koning Griekse waarzeggers om advies gevraagd voor de bestrijding van de langdurige droogte en daaropvolgende hongersnood in zijn land. Phrasius, een van de waarzeggers, zei hem dat er een einde aan de hongersnood zou komen als Busiris aan de Oppergod Zeus elk jaar een vreemdeling zou offeren.
De farao nam dit advies ter harte en droeg zijn priesters op een einde te maken aan het leven van Phrasius. In de jaren die daarop volgden, ondergingen andere argeloze bezoekers hetzelfde lot en ook de held Heracles was aan de beurt toen hij het paleis bezocht.
Echter, toen Heracles op het altaar van Busiris' priesters lag en de koning hem wou bewerken met zijn offerbijl, verbrak de held zijn boeien en doodde hij Busiris, zijn zoons en alle aanwezige priesters, waarmee direct een einde werd gemaakt aan de vreemde praktijken van deze groep mannen.

Na al deze gebeurtenissen, kwam Heracles eindelijk aan bij de tuin van de Hesperiden.
Hij vroeg Atlas om hulp en de titan was graag bereid om de appels voor Heracles te halen, als de sterke held maar even de last van het hemelgewelf van hem overnam. Heracles stemde toe en nam het hemelgewelf van de sterke titan over. Atlas hield zich aan zijn woord en liep meteen de tuin van zijn dochters in om de appels op te halen.
Opgewekt kwam hij terug met het gouden fruit en hij verklaarde dat het hem goed beviel om de last van de hemel op zijn nek kwijt te zijn. Hij stelde Heracles voor om hem de moeilijke reis terug te besparen door de appels persoonlijk naar Mycene te brengen en bij Heracles' opdrachtgever af te leveren.
De held wuifde het initiatief van Atlas toe, maar gaf aan dat de hemel niet helemaal goed op zijn schouders lag. Zijn hoofd koel houdend, vroeg hij de titan of deze de last niet weer even op zijn schouders wou nemen, zodat hij een kussen op zijn rug kon leggen.
Atlas maakte geen bezwaar en Heracles gaf hem het hemelgewelf terug, raapte de gouden appels, nam hartelijk afscheid van de arme reus en bezorgde het fruit bij koning Eurystheus.

Er is nog een andere versie van dit werk.
Volgens die versie moest Heracles de appels zelf uit de tuin van de Hesperiden stelen, waardoor hij in gevecht kwam met de draak Ladon.
De draak werd verslagen en Heracles wist met de appels te ontsnappen.

Omdat koning Eurystheus de heilige appels niet in zijn bezit durfde te houden, gaf hij ze terug aan Heracles.
De held wijdde ze aan Athena, die ervoor zorgde dat ze terugkeerden bij hun rechtmatige eigenaressen.


Het Twaalfde Werk: Het Vangen van Cerberus

De laatste opdracht die Heracles van koning Eurystheus kreeg, is de moeilijkste van allemaal, want het bracht hem buiten de wereld van de levenden.
In een allerlaatste poging om zich van de held te ontdoen, had Eurystheus hem opgedragen om Hades' waakhnod Cerberus uit de onderwereld op te halen.

Voordat hij af kon dalen naar Hades' domein, bezocht Heracles eerst de Eleusynische Mysterieën ter ere van Demeter en Persephone, waar hij werd gezuiverd van de schuld van de moordpartij op de centauren. Dit was een noodzakelijke voorwaarde voor het betreden van de onderwereld.

Bij Kaap Taenarum, in het uiterste zuiden van de Peloponnesus, begon Heracles zijn afdaling naar het land van de doden. Hij werd vergezegd door de Godin Athena en de God Hermes, die alle overledenen begeleidt op hun laatste reis. De veerman Charon was zo bang voor Heracles dat hij hem zonder protest de rivier de Styx overzette. Iets waarvoor zijn meester Hades hem later zwaar zou straffen.

Eenmaal in de onderwereld, ontmoette de held vele schimmen, waaronder Theseus wiens terugkeer naar het rijk der levenden door Heracles geregeld werd. Eveneens ontmoette hij de gorgo Medusa met haar slangenharen en Meleager, een van de Argonauten. De laatste was verantwoordelijk voor de dood van het Calydonische verzwijn en Heracles raakte zo onder de indruk van diens stervensverhaal, dat hij beloofde zijn zuster Deïaneira te trouwen.

Heracles leek het wel naar zijn zin te hebben in de onderwereld, maar nadat hij een van Hades' runderen had geslacht om de schimmen op een bloedmaaltijd te trakteren, werd hem door de koningin van de onderwereld, Persephone, verzocht om zich in te tomen.

Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat Hades er weinig voor voelde om zijn waakhond mee te geven aan de held. Sommige bronnen melden zelfs dat Heracles met de grimmige God in gevecht raakte, waardoor Hades af moest reizen naar de Olympus om zijn verwondingen te laten behandelen.
In ieder geval stond Hades met frisse tegenzin toe dat Heracles zijn huisdier meenam naar het aardoppervlak - maar alleen als hij Cerberus met zijn blote handen kon bedwingen.

Zonder twijfel liep de grote held op de hond af, greep het beest bij zijn drievoudige strot en kneep die met zoveel kracht dicht, dat Cerberus zich door hem liet wegvoeren.

In de woorden van de dichter Ovidius: "Opgezweept in felle woede vulde hij met driedubbelluid geblaf de hele lucht en sproeide witte vlokken schuim over groene velden. Ze zeggen dat het schuim daar stolde en zich lavend aan de rijkvoorziene bodem schadelijke krachten meekreeg; en daar die gifplant juist op rotsgrond levenslustig spruit, wordt zij door boeren 'akoniet' genoemd."
- Metamorphosen, VII, reg. 413-410

Zodra koning Eurystheus de hellehond zag, kroop hij dieper dan ooit tevoren in zijn welbekende kruik. Hij gaf de held met tegenzin zijn vrijheid, waarna Heracles Cerberus terugbracht naar de onderwereld en zijn meester.
Test
Lees meer...

© 2004 - 2010 Temple of the Ancient Gods | Marissa Kollenstart aka ~*~Wings of Death~*~ | Art © Marissa Kollenstart | Lay out © Telenn Art
Laatst bijgewerkt: dinsdag 29 december 2009