Babylonische Goden |
|
|
| Goden A
|
|
| Goden B
|
|
| Goden C
|
|
| Goden D
|
|
| Goden E
|
|
| Goden F
|
|
| Goden G
|
|
| Goden H
|
|
| Goden I
|
|
| Goden J
|
|
| Goden K
|
|
| Goden L
|
|
| Goden M
|
|
| Goden N
|
|
| Goden O
|
|
| Goden P
|
|
| Goden Q
|
|
| Goden R
|
|
| Goden S
|
|
| Goden T
|
|
| Goden U
|
|
| Goden V
|
|
| Goden W
|
|
| Goden X
|
|
| Goden Y
|
|
| Goden Z
|
|
|
|
|
Tiamat
De Babylonische Godin Tiamat is de personificatie van de zee en de chaos.
Haar mannelijke tegenhanger is Apsu, de personificatie van zoetwater en orde, en haar zoon heet Kingu.
Tiamats gebruikelijke verschijning is niet bekend, alleen haar drakengedaante. Deze gedaante nam ze aan tijdens de grote Godenoorlog die het ontstaan van de mensheid markeert, de Enuma Elish.
Van Tiamat en Apsu stammen drie generaties Goden af. De jongsten zijn Anu en Ea, die de rust van hun voorvader verstoren. Apsu wil de gevestigde orde niet laten bedreigen en probeert Tiamat te overtuigen om hen te vernietigen. Tijdens deze gesprekken worden ze afgeluisterd en uiteindelijk wordt Apsu vermoord. Tiamat wordt zo kwaad en wil de Goden vernietigen, terwijl zij dat eerder niet wou.
Ze roept een vreselijk leger op, vol met de meest afschuwelijke monsters, en verandert zichzelf in een draakachtig wezen: een soort slang met ondoordringbare schubben. Ze heeft twee sterke voorpoten met messcherpe klauwen. Haar lange nek is gestrekt en op haar kop staan een paar gebogen hoorns.
De Goden bieden weinig weerstand, vanwege hun angst voor het verschrikkelijke leger, maar dan komt Marduk in het spel. Hij weet Tiamat te verslaan en schept de wereld uit haar lichaam. Met behulp van de God Ea schept Marduk de mens uit het bloed van Tiamats zoon Kingu. |
|